terug

Een hulpverlener in Turkije

Voorjaar 2007

Emine is blij

Emine is blij

Berichten van Annabee uit Gazipasa, Turkije

Toen men mij enige jaren geleden – als “invloedrijke “ westerse – vroeg om te helpen bij het opzetten van een centrum voor gehandicapte kinderen in Gazipasa, realiseerde ik me dat ik er, in al die jaren dat ik er kwam, nooit gehandicapte kinderen had gezien.

“ Waar zijn ze eigenlijk?”, vroeg ik en tegelijkertijd dacht ik: “Hoe kan ik nou meehelpen?”.

Ik werd meegetroond naar een drietal gezinnen die om aandacht te krijgen voor hun zorgenkinderen, maar al te bereid waren om hun verhaal te doen en op de foto te gaan. Zo hoorde ik over de elfjarige Kübra, die niet kan praten en op haar vijfde pas begon te lopen. Ze vertoont heel wild en onberekenbaar gedrag, en omdat er met Kübra niks te beginnen valt, loopt moeder hele dagen met haar rond te sjouwen.

Bij iemand op visite gaan wil ze niet, bang als ze is dat anderen haar het wilde gedrag van Kübra kwalijk zullen nemen.

Ook bij de andere gezinnen was sprake van veel stil verdriet, zodat ik er al snel van overtuigd raakte dat er iets moest gebeuren, al wist ik nog steeds niet wat.

Op het bureau

“Beginnen met een pamflet”, dacht ik, “met familieverhalen”. Eerst moesten de mensen emotioneel geraakt worden, net als ik. Bijgestaan door mijn Nederlands-Turkse vriendinnen die mij verhalen vertaalden en mij af en toe vergezelden naar de betreffende ambtenaren, omdat mijn gebrekkige Turks teveel oponthoud zou geven, werd ik een regelmatige bezoeker van het gemeentehuis. Eerst keurig wachten in de wachtkamer, om vervolgens binnengelaten te worden in een kamer waar, voor een groot bureau met de Turkse vlag,nog eens een rij stoelen met wachtenden stond.

Steeds schuif je een stoeltje verder richting “het bureau” waar je uiteindelijk je verhaal doet in aanwezigheid van de andere wachtenden.

Meevallers

Mijn eerste meevaller, in mei 2004, was het aantreden van een nieuwe burgemeester: eenendertig jaar oud en vast voornemens Gazipasa in de vaart der volkeren omhoog te stuwen. Hij hoorde mijn verhaal aan en beloofde te helpen. Om te beginnen stelde hij grond ter beschikking. Ik op mijn beurt zou in Nederland geld verzamelen voor speelgoed.

In september was ik terug in Gazipasa, maar het bleef opvallend stil. Toen ik op een dag mijn heggetje stond te knippen, sprak een vrouw mij aan: “Jij bent toch die buitenlandse die een centrum gaat bouwen voor onze gehandicapte kinderen?”.

“Nee,” verzekerde ik haar snel, “ik help alleen maar”.

Maar toen zij het schrijnende verhaal vertelde over haar nichtje dat al tien jaar verlamd thuis op bed lag en geen enkele vorm van hulp en onderwijs kreeg, wist ik dat ik mijn tweede offensief moest inzetten.

Gelukkig had ik weer een meevaller: tijdens een bezoek aan vrienden hoog in de bergen werd ik voorgesteld aan een man die beweerde dat zijn rijke broer dat centrum wel wilde bouwen. Ik geloofde mijn oren niet. Maar een paar dagen later schudde deze man daadwerkelijk de hand van de burgermeester met de belofte dit te gaan doen. Hij had al eerder schoolgebouwen neergezet, maar “nog nooit op een verzoek van een mevrouw uit Holland”, zei hij vol enthousiasme.

Gelukt!

Kindertehuis

Kindertehuis

Ongelofelijk maar waar: bij mijn volgende bezoek, in mei 2006, was het gebouw al half af, en in juli was het helemaal klaar. Nu konden de kinderen komen! Maar in de praktijk werkt het helaas niet zo: eerst moest nog bedacht worden hoe de organisatie eruit zou gaan zien, wie de medewerkers ging betalen, enzovoorts.

De omgekeerde volgorde dus – net als in de Turkse taal, waar je de belangrijkste informatie pas aan het eind van de zin krijgt. De moed zonk me in de schoenen.

“Turkiye böyle”, (zo is Turkije nu eenmaal) zeggen ze fatalistisch; het wordt nooit wat bij ons.

Maar gelukkig, al die doemdenkers hebben ongelijk gekregen. Na een jaar heeft de vermogende Zahide Bekar het gebouw geopend, dat nu een particulier instituut voor Revalidatie en Speciaal Onderwijs is. Mevrouw Bekar heeft zelf een gehandicapte dochter, hetgeen een extra drijfveer is om deze groep kinderen goede behandeling en onderwijs te geven.

Nieuwe tijden

Sinds juni 2006 is er in Turkije een nieuwe, aan de Europese wetgeving aangepaste wet van kracht die voorschrijft dat de Staat aan ieder gehandicapt kind een bedrag van 200 Euro per maand betaalt voor behandeling en onderwijs. Dus de basis is er.
En Kübra? Ik zag haar in het centrum. En haar moeder straalde, want Kübra wilde niet mee naar huis, zó fijn vond ze het daar. Mooi toch?