terug

Gazipasa6

18 mei 2009

Boulevard Gazipasa

Had ik me ooit in 1990 kunnen voorstellen, toen ik voor het eerst een voet zette op het strand van Gazipaşa, dat ik 19 jaar later op dezelfde plek een heuse aerobicles zou doen samen met een groepje sportieve vrouwen uit dat zelfde dorp?

Nee, toen was er zelfs geen vrouw te bekennen.
Wij vriendinnen lagen in de zon op een geheel verlaten strand; nou verlaten? Even dan, want binnen de kortste keren hoorden we in de verte het gedruis van brommers aanzwellen. En daar kwamen ze aan, in tweetallen als in een parade. Jonge mannen, goede vrienden zo te zien want ze liepen hand in hand, sommigen een gebedskettinkje behendig rondzwierend. Alsof ze toevallig voorbij kwamen. Gepaste afstand, alleen voorzichtig zwoele blikken.
Totdat er eentje, de domste van het dorp, meende met afgezakte broek wat duidelijker te moeten laten zien waar het hem om te doen was. Wij verontwaardigd gillen en stenen gooien. En rennen naar het enige terrasje dat Gazipasa rijk was.

Wat een ongekende verandering in die luttele 19 jaar. Ik probeer mijn mijmeringen te stoppen en letterlijk weer bij de les te blijven van Turkse Melanie, een prachtige sterke vrouw van bijna 50, opgegroeid in Duitsland en via Istanbul naar Gazipasa gekomen. Dagelijks doet zij haar oefeningen en wie wil, doet mee. Bir, iki uç en zij gaat voor de100 keer. Ik vind overigens 50 wel genoeg.
De Belediye ( gemeente) is begonnen een heuse boulevard aan te leggen met palmbomen, een aantal terrasjes en een Openluchtgym, waar de plaatselijke bevolking zich kan uitleven op weerbestendige fitnessapparaten.
En echte goeie heb ik ervaren. Melanie laat me zien wat je niet allemaal kan doen op die dingen. Haar lange zwarte haren zwieren sierlijk mee met al haar bewegingen. Wat een fantastische ervaring om de les te besluiten met stretchoefeningen terwijl de zon in de zee zakt . En toevallige voorbijgangers vinden onze bewegingen volstrekt normaal.

Wie had dat ooit gedacht in 1990. Ik absoluut niet.
Toen zag je geen vrouw op straat . De mannen deden zelfs de boodschappen om hun vrouwen maar niet bloot te stellen aan onbeschaamde blikken. Nergens een vrouw te ontdekken, die in een winkel of kantoor werkte.
De eerste vrouw die ik leerde kennen in 1990 was Zuhal, toen 25 jaar. Zij sprak maar 2 woorden duits maar was vastbesloten met mij te communiceren.
Waar zijn alle vrouwen?, vroeg ik. Ik had vreselijke beelden in mijn hoofd van opgesloten onderdrukte vrouwen. “Kom, we gaan thee drinken”, zei ze en nam me vanaf toen, mee naar theepartijen, moederdagfeesten, picknic’s en daar waren ze: vrolijke en levenslustige vrouwen, iedereen kwam aan met een tas vol lekkere hapjes. Uitgebreid werd het ‘nieuws’ door genomen en ook werd er veel geklaagd over echtgenoten. Maar ondertussen hadden ze wel reuze lol in dansen met elkaar, waarbij hun heupen flink ronddraaien. Niks zielig dus; althans niet erger of ongewoner dan bij ons.
Zuhal, ook wat bedaarder tegenwoordig, heeft een nieuwe hobby: mediteren.
Dilek, ook teruggekeerd naar Turkije na lange jaren in Sidney, leert vrouwen hier hoe dat gaat. Binnenkort ga ik mee en zit ik, ook aan zee, in kleermakerszit: adem in, adem uit.
Dit dorp houdt me nu al 20 jaar bezig.

Maar het enige wat onveranderd is gebleven, is het dagelijkse gebed vanaf de minaretten. In mijn oude huis hoorde ik het alleen bij een gunstige wind. Als ik weer eens een slapeloos moment had s’nachts en op mijn balkon zat, was niets zo mooi om het melancholieke Allah Akbar van ver te horen aanwaaien. In mijn nieuwe huis zag ik deze grote, blinkende moskee beneden liggen aan de voet van mijn berg. Hoe zal dat klinken?.
Overweldigend klinkt ineens het Allah Akbar van de heuvel links, vlakbij.
Allahallah!: het schooltje daar blijkt een moskee te zijn onherkenbaar door het ontbreken van een minaret. Het gebed van de grote moskee beneden volgt na 3 seconden dus ik hoor voortaan het gebed altijd in canon.
Ook al ben ik een overtuigd ongelovige, toch houd ik gelukkig erg van religieuze muziek: of het nou uit de Synagoge komt, het Gregoriaans of, niet te vergeten, de Mattheus. noem het maar op. Eerbied voor de ‘Allerhoogste’ laat mensen mooi zingen; zo ook mijn voorzanger, die een prachtige stem heeft, soms tot ontroerends toe. Onze moderne burgermeester zou het liefste al die minaretten afschaffen, hoorde ik . Maar ik zou de mijne missen. Wel mag de geluidsinstallatie van niet al te beste kwaliteit wat mij betreft vandaag nog weg. De door de ‘Allerhoogste’ geschapen akoestiek op deze berg is van uitstekende kwaliteit en vraagt om een experiment : een Ezan (oproep tot gebed) van vroegere tijden toen er nog geen electra bestond.
Maar ik vrees, hoe zeer Gazipasa ook verandert, dat dit experiment nog wel even op zich laat wachten.