terug

Gazipasa

6 november 2000

Zoals beloofd mijn brief over de yayla en met foto’s erbij. Zonder de hulp van Yücel van het Internetcafe was dit niet mogelijk geweest. Hij werkt hier 7 dagen per week van 10.00 tot 2.00 s’nachts en weet niets leukers te bedenken dan met computers te werken. Hij heeft zich zelf alles geleerd door eindeloos proberen en nog eens proberen. En natuurlijk heeft hij een chatvriendinnetje, een turks meisje van 19 die in Engeland woont en die hij nog niet in werkelijkheid heeft gezien maar waar hij vooral s’avonds smachtend mee chat.

Maar goed: over de yayla. Het woord yayla vertaald: bergweide. In de laag gelegen plaatsen overal in turkije ontvluchten mensen s’zomers de hitte en trekken de bergen in. Daar hebben ze simpele huisjes gebouwd van grote keien waar de bergen vol mee liggen, meestal met golfplaten daken. De grond is van niemand maar op iedere yayla gelden ongeschreven wetten. Sommigen hebben wat in de melk te brokkelen aangaande de verdeling van grond, anderen niet. Het lijkt erop dat diegenen die beneden ook ‘iemand’ zijn en ook nog eens veel op de yayla verblijven, de meeste invloed hebben. Als er konflikten ontstaan en men zou naar de rechter stappen, gaan ineens heel andere regels werken waar niemand op zit te wachten. Dus het is zaak dat iedereen dit vermijdt en alles onderling wordt opgelost.

Een van de yayla’s die bij Gazipaþa hoort is Gökkuzluk met ik schat zo’n 50 huisjes; varierend van schamele hokjes tot keurig gestucte villa’s. ‘Onze man in de yayla’ , Mehmet, is zo iemand die beneden ook wat te betekenen heeft en hij woont van mei tot half oktober boven. Ik vroeg hem wie de baas in de yayla is. “Ik!”antwoordde hij onomwonden en voegde er met een grijns aan toe: “ ben koralci = ik ben de koning”. Het is prettig te weten dat je gelijk het goede kontakt te pakken hebt. Mehmet houdt van de bergen. In zijn dagboeken noteert hij waar hij gelopen heeft, wat hij daar gezien heeft en wat hij geschoten heeft want hij is ook een gepassioneerd jager. Hij weet alle namen van de bergen en ‘praat’ met ze op zijn dagelijkse tochten.

Begin september was het dan zo ver. Met twee vriendinnen vertrok ik naar de yayla. Mijn bedoeling was te onderzoeken of de yayla voor ons wandelende westerlingen een goed reisdoel zou kunnen zijn. Ik dacht dat ik in mei alles goed had afgesproken: ‘ja natuurlijk wilden ze graag dat ik toeristen mee nam naar de yayla, waar slapen we, waar eten we? Allemaal geen probleem- dat regelen we wel even ‘ – Tja en toen kwamen we en toen bleek dat niemand er meer aan gedacht had en …naar de yayla? Natuurlijk, dat regelen we, problem yok. Het is me al vaker opgevallen dat afspraken pas weer gaan leven als men je gezicht er bij ziet. Eerst zien, dan geloven.

Goed, we gaan op pad met een ingehuurde chauffeur. De tocht naar boven duurt ruim 2 uur. De weg is voor het grootste gedeelte geasfalteerd. Langzaam verdwijnen de bomen totdat we uiteindelijk Gökkuzluk vinden als het ware in een kommetje tussen woeste steenmassa’s. De meeste bewoners zijn alweer naar beneden vertrokken maar we hebben geluk: de winkel is nog open voor een paar dagen en we slaan wat extra eten in wat allemaal toch weer teveel is omdat we vaak worden uitgenodigd. Zelfs de lokanta is nog in bedrijf: een overdekte plek voor de deur van de slager waar met name de mannen veel zitten om tabla of okee te spelen. Gökkuzluk heeft een moskee met natuurlijk een echte muezzin die ook hier je wakker zingt een uur voordat de zon opgaat. Lang niet alle huisjes worden overigens de hele zomer gebruikt. Soms komt men alleen op zondag voor een dagje uit. Maar diegenen die lang blijven hebben moestuinen en verbouwen al hun groente zelf. In de maanden jui en augustus is er zefs een dagelijke dolmuþ naar beneden en terug. En op vrijdag is er op de volgende yayla een markt.

Huisje Zuhal

Het huisje van Zuhal: hoe te omschrijven. Allereerst klein en lage deuren dus doorsnee westerlingen stoten voortdurend hun kop. Omdat men niet op ons gerekend had, viel er veel te organiseren maar met een goed resultaat. Het huisje bestaat uit een kleine keuken (met gasstel en ijskast) en een wc-badruimte waar je warm water kunt maken door een elektrische staaf in een emmer water te hangen (en vooral niet even met je vinger voelen of het al op temperatuur is gekomen) om je vervolgens op indische wijze te mandi-en.- een goede vervanging van de douche. Overigens komt het water rechtstreeks van de bergwanden naar beneden en wordt opgevangen via een slangensysteem en naar alle huisjes gebracht. Aan het systeem binnen in ons huisje viel nog wel wat te repareren. Via een miniscuul trappetje kwamen we op de slaapkamer, ruim genoeg voor 4 slapers.

Natuurlijk is iedereen heel nieuwsgierig wie we zijn en wat we komen doen maar we zijn welkom. In onze week werd het met de dag stiller, zelfs de muezzin zag het uiteindelijk voor gezien. s’Ochtends als de zon nog niet ons huisje had bereikt, was het al behoorlijk fris maar tussen 10.00 en 4.00 brandt de zon fel maar de lucht is heel droog in tegenstelling tot beneden.

Op onze dagelijkse wandeltochten, nu nog bescheiden van omvang hebben we met Mehmet en zijn vrouw Ayse de naaste omgeving verkend: woeste toppen en prachtige uitzichten. De buurman van 71 liep ook mee, met het grootste gemak. Zijn grootste lol bestond er uit om, en let wel: dagelijks, enorme rotsblokken naar beneden te kieperen onder een woest gebrul: hello!!! hello!!!!

Ach, hij is gewoon gek, zeggen de anderen; kan zijn maar ik teken ervoor om zo op je 71e nog als een geit door de bergen te rennen. En als dat iets te maken heeft met die stenen rollen….dan wil ik dat ook wel.

We eten een avond bij Döndü; zij is 21 jaar en heeft 2 kinderen van 8 en 6 jaar – ja inderdaad, 13 jaar was ze toen ze van haar doofstomme echtgenoot haar eerste kind kreeg. Een vriendelijke man overigens die zich goed weet te redden met zijn eigen geleerde gebarentaal – want een school voor doofstommen is daar natuurlijk niet. En zijn hele omgeving gebaart met hem mee. Hij is wel slim hoor, zegt iedereen bij voorbaat tegen ons, bang dat we denken dat we met een imbeciel te meken hebben.

Wandelen in de yayla is niet denkbaar zonder een plezierig kontakt met de bewoners daar. Wat ze er van vinden als er volgend jaar weer een groepje komt? Verbaasd kijken ze ons aan : wat een vraag , zeg! – dat is toch gewoon leuk.

Nu mijn tijd hier toch wat uitloopt ga ik nog eens een poging wagen afspraken te maken voor volgend jaar – het liefste bouw ik mijn eigen huis geschikt voor kleine groepen – de plek heb ik al geregeld – maar laat ik eerst eens kijken of er voldoende belangstelling zal zijn .

Mijn plan nu voor volgend jaar waarschijnlijk in september: verschillende huisjes huren op de yayla en met mijn team Zuhal+Mehmet het vervoer regelen van personen en eten. Dagelijks tochten lopen varierend van 4 tot 6 uur. Met elkaar koken. Eigen slaapzak + matrasje meenemen. De laatste dagen beneden doorbrengen d.w.z. in kleine huisjes aan het strand om te zwemmen en eventueel te snorkelen